Een vrouwelijk gedicht: De metaalwerkers: De regenboog
YA YA YA
I might cut ya
But I will try to gut ya
If you’re fast enough i’ll just cut ya
Maar toen zei ik nee want dit is een ‘safe space’
En toen zei jij; hij heeft jou ook vaak geholpen
Dat is ook zo en het is een goede vriend dus wat ik deed was onterecht
Je deed niks zei jij toen
Dat is misschien wel waar antwoordde ik op jou
En toen reed er een trein voorbij waarin niemand was
Wij liepen door over de weide in gesprek
Ik zei tegen jou; nu begrijp ik het. Wauw!
Toch was het fijn om toen even samen te zijn ook al voelde ik me daarna weer alleen
Het duurde niet heel lang voordat ik weer iemand zag
Iemand die me verder bracht
Ik leerde over het metaal in ons bloed en we liepen langs de gracht
Ook zonder al die pracht
Als ons leven minder kleur dan een grafsteen had
Had ik nog steeds van je gehouden
Want als vonken van metaal geef jij mij leven ook al had ik de hoop allang opgegeven
Vonken die spatten van blauw staal. Nog blauwer dan de nacht
Weet dat ik niet op een ander wacht
Wij zijn verder. Verder dan de nacht en ik weet niet wat er op ons wacht
Als het wacht gaan we het voorbij want wij zijn constant in beweging
Beweging zonder inspanning en zonder eind
Want wacht hij? Dan zakt hij door de grond in een wereld zonder grond
Niet in een zee of in een wolk
In het niets dat niks meer is dan niks
Daar is geen einde en ook geen begin
Daar kom ik vandaan dus ik weet waar het begint om te zijn wie ik ben
Dus als zij denkt dat ik haar niet ben dan is zij niks gewend
Want ik buig staal en verdraai het in fraaie vormen
Ze zijn beeldend en nooit af
Misschien maak jij het af of maak ik jou af of maken we elkaar af
Ik wil wat van haar leren en hopelijk weet ze hoe dat voelt
Ik smelt het metaal tot ik weet hoe het moet
Spetterend en spetterend tot het spettert
Ik sinus en pythagoras kijkt toe
Maar als ik jou een seconde vergeet verga ik als een bloem
Dan voel ik me verrot, maar er is nog veel te doen
Ik wil niet dat het zonnig is en ik bier ruik om me heen
Ik wil in de nacht stiekem weg
Naar het strand en naar de zee
Ook al kan hij niet van me houden; hij is niet om wie ik geef
Als ik om je geef ben je een van de weinigen voor wie ik leef
Ik herstel in de gang, waar ik stamp en breek door wat hij bouwt
vanuit waar ruimtemannen de wereld verzieken voor weldenkende mensen in lage landen
Want ik bouw niet en hij weet niet wat dat betekent
Ik spetter en spetter tot het spettert en dat was hij alweer vergeten
Dus nu wordt het tijd om hem te vergeten
Alleen hij kan straks zichzelf niet vergeten
Want hij verdient veel, maar hij heeft het niet verdient
Ik verdien het bos en dat vergaat op zijn geweten
Dus ik wil zijn ingewanden en dat is waar het stopt
… i(r)on trust