AARD.APPEL.ETER
Dit is slechts een tuin.
De bomen zijn dromen.
De bloemen imperfecties.
Het hemelrijk de aarde.
Ik ben de zwaartekracht vergeten.
We zweven in de hemel als nevel.
Kom! Kijk om je heen!
Blijf even, het regent.
En er is altijd weer iets nieuws.
Ontmoetingen, beproevingen.
Er is gegoochel, er is gelach.
Alles krijgt een plek, in dit landschap.
Een podium met,
uitzicht op de wereld.
Rechts bergen, links een vallei.
Waar op oevers van rivieren,
veel weelderige planten groeien.
We bewegen met excentriek leven.
Ik bekijk het uit een boot.
In de verte klinkt het water.
Het klinkt gewelddadiger dan ooit.
De stroming is te sterk om te stoppen.
De dood zweeft boven mij, mijn einde nadert.
Mijn leven was een zoektocht naar ether. Ik.
Ik val zonder zwaartekracht. In een droom. In een droom
Ik val met werelden omlaag. Niet omhoog, Niet omhoog.
Het is slechts wat ik zie als ik schrijf. Het staat hier. Het staat hier.
Ik begeef me in een droom. Ik schrijf het op voor ik val. In een droom.
Het zijn beelden, of toch meer, maar ik schrijf slechts wat ik zie, om me heen.